Betekenis verlenen aan tekst en illustraties

Begrijpen

Sleutelwoorden:

  • omschrijf
  • vat samen
  • leg uit
  • voorspel
  • bespreek

Voorspellen 1

Alle kinderen hebben een gekopieerde voorkant van het boek. De leerlingen voorspellen individueel of met behulp van ‘Tweepraat’ of in gesprek met de leerkracht waar het boek over gaat. Daarna wordt het boek voorgelezen. Na afloop van een paar bladzijden lezen evalueert de leerkracht hardop denkend de voorspelling: Klopt het wat we nu horen met wat we net dachten? Is het hetzelfde? Ik denk dat dat anders/ hetzelfde is?

Voorspellen 2

De leerkracht leest de helft van het prentenboek voor. Daarna krijgen groepjes van 4 kinderen op A3-formaat een ‘Placemat’ met vier vakken aan de buitenkant en 1 vak in het midden. Ieder kind tekent in een vak zijn of haar voorspelling, De leerkracht schrijft bij de tekeningen de woorden en de zinnen die de kinderen noemen. Daarna vult de leerkracht samen met de kinderen het middenvak met hun gezamenlijke voorspelling. Een volgende les worden de Placemats besproken in de kring en wordt de rest van het prentenboek voorgelezen.

Uitleggen

In de kring liggen kaartjes met afbeeldingen en voorwerpen uit het verhaal. De kinderen kiezen per tweetal een afbeelding of een voorwerp zonder dat de andere leerlingen dit zien. De tweetallen overleggen met elkaar en beelden dan het voorwerp of de afbeelding uit. De andere kinderen raden wat er gebeurt.

Piep, welk woord hoort hier?

De leerkracht leest een prentenboek voor. Een aantal woorden is van te voren afgeplakt. Op de plek van die woorden leest de leerkracht ‘piep’. De kinderen raden welk woord het kan zijn. Deze activiteit is heel geschikt na het herhaald voorlezen van hetzelfde prentenboek.

Huh? Ik snap het niet?

De leerkracht plakt een post-it velletje met Huh? op de plek waar ze het verhaal niet snapt. De leerkracht doet al hardop denkend voor wat ze niet snapt en hoe ze het oplost (bijvoorbeeld door een stukje terug te lezen of heel goed naar de plaatjes te kijken).

Moeilijke woorden doosje

De leerkracht laat door hardop denken zien hoe ze achter de betekenis van een moeilijk woord komt (bijvoorbeeld door terug te lezen of heel goed naar de plaatjes te kijken of door een woord te bedenken waar het woord op lijkt). Het moeilijke woord wordt in een moeilijk woordendoosje gestopt.

 

Volgende Lesidee ->